
Rijkswet Vaarplicht
Artikel 1
Deze Rijkswet verstaat onder:
a
"vaarplicht": de verplichting, welke krachtens de wet dan wel bij of krachtens landsverordening aan zeelieden of gewezen zeelieden wordt opgelegd om hun diensten beschikbaar te stellen en te houden voor het verrichten van werkzaamheden aan boord of ten behoeve van schepen onder de vlag van het Koninkrijk;
b
"schip": een geen oorlogsschip zijnd zeeschip in de zin van artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek alsmede een zodanig schip in aanbouw, en in de zin van de artikelen 375, eerste lid, en 376, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen en in de zin van de artikelen 375, eerste lid, en 376, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel van Aruba.
c
"schip onder de vlag van het Koninkrijk":
1
een Nederlands schip in de zin van de artikelen 311 of 312 van het Nederlandse Wetboek van Koophandel;
2
een Nederlands-Antilliaans zeeschip op grond van artikel 2 van het Nederlands-Antilliaans Zeebrievenbesluit;
3
een Arubaans zeeschip op grond van de artikelen 3 en 5 van het CuraƧaosche Zeebrievenbesluit 1933;
4
een bij de wet, onderscheidenlijk bij landsverordening als zodanig aangewezen in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba thuisbehorend vissersvaartuig.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.